|
Geschiedenis
Heel lang is
gedacht dat een Gebarentaal een soort plaatjes maken in
de lucht was.
In 1960 is ontdekt dat gebarentalen echte talen zijn.
De
Nederlandse Gebarentaal bestaat al heel lang, maar pas
in 1980 zijn mensen begonnen met het verzamelen van
gebaren in Nederland, om een woordenboek te maken.
In Nederland mochten dove mensen tot 1980 eigenlijk niet
hun eigen Gebarentaal gebruiken. Dove mensen moesten
maar "gewoon" praten!
Dove
kinderen kregen op school les in spreken en spraakafzien
(vroeger heette dat liplezen).
|
|
kinderen op school met een koptelefoon op
(vroeger) |
Voor
een doof kind is het erg moeilijk om te leren spreken
omdat ze niet horen wat ze zelf zeggen. Toch leren alle
dove mensen wel praten. Alleen niet zo goed als horende
mensen.
Voor
dove mensen is Gebarentaal veel makkelijker en in
Gebarentaal "praat" het veel sneller! Dus,
dove kinderen bleven gewoon stiekem hun eigen gebaren
gebruiken. Als de leerkracht kinderen toch zag gebaren,
dan kregen ze zelfs soms straf! Ze moesten dan op hun
handen gaan zitten.
Gelukkig is er sinds 1980 veel veranderd.
Nu
mogen dove kinderen op school hun moedertaal:
Gebarentaal gewoon gebruiken.
Ook de leerkrachten spreken Gebarentaal.
Kinderen leren Gebarentaal en een vreemde taal:
Nederlands. Net zoals jij Engels leert.
|
|
foto van dove kinderen op school (nu)
|
Het
woord doof-stom is voor dove mensen een belediging.
Juist omdat ze wel kunnen praten (en er heel veel moeite
voor moeten doen). Het is beter om het woord doof te
gebruiken. |