Gebarencursussen

NEDERLANDS MET GEBAREN - informatie

Op z’n eenvoudigst gezegd is Nederlands met Gebaren een combinatie van de Nederlandse taal en de Nederlandse Gebarentaal.

Wanneer we naar deze talen kijken kunnen ze beschreven worden als domeinen (zie figuur 1) waarbij elke taal zijn eigen kenmerken, grammatica, lexicon, groep gebruikers etc. heeft.

Als er contact is tussen de gebruikers van beide talen ontstaat een mengvorm, een ‘contacttaal’. (zie figuur 2) In het geval van de talen Nederlands en Nederlandse Gebarentaal ontstaat er een contacttaal die we Nederlands met Gebaren zijn gaan noemen, ook wel Nederlands ondersteund met Gebaren genoemd.

Als afkorting wordt tegenwoordig vrij algemeen NmG gebruikt. Dit lijkt vrij duidelijk en simpel, zij het niet dat de twee talen, Nederlands en Nederlandse Gebarentaal nogal verschillend zijn wat betreft modaliteit, gebruikers, grammatica en status. Het Nederlands is een gesproken taal die auditief wordt waargenomen. Dit heeft gevolgen voor de grammaticale principes van deze taal. Gesproken talen zijn vooral sequentieel: woorden worden achter elkaar uitgesproken en waargenomen.
De Nederlandse Gebarentaal echter is een visuele taal waarbij grammaticale aspecten gebaseerd zijn op visuele principes. Deze principes zijn fundamenteel anders dan de principes van een gesproken taal. Gebarentalen maken bijvoorbeeld gebruik van het principe van simultaneďteit: dat wil zeggen de talige informatie kan gelijktijdig overgebracht worden. Dit zie je bijvoorbeeld bij directionele werkwoorden als GEVEN . De vermenging van de twee talen kan dan ook op verschillende manieren gebeuren. In grote lijnen kan gezegd worden dat er sprake is van drie subdomeinen van deze contacttaal NmG zoals te zien is in figuur 3.

In de afbeelding hieronder is een en ander schematisch weergegeven. Vorm 1 komt het dichtst bij het Nederlands en vorm 3 het dichtst bij de Nederlandse Gebarentaal. In vorm 2 zijn de beide talen min of meer ‘in balans’, wordt van beide talen ‘even veel’ gebruik gemaakt. Globaal zijn de kenmerken van deze vormen:


Over het algemeen kan gesteld worden dat de basis van NmG wel het gesproken Nederlands blijft. Het is niet mogelijk vast te stellen welke vorm van NmG ‘goed’ of ‘fout’ is. Ten eerste is de afbakening van de verschillende vormen diffuus, en ten tweede kan gesteld worden dat de verschillende vormen in verschillende situaties voor verschillende doelgroepen effectief kunnen zijn. Een belangrijk aspect bij het gebruik van NmG is dan ook het doel dat men voor ogen heeft.

Deze informatie komt uit:

Terpstra, A. en G.M. Schermer (2006). Waarom gebruik je NmG? In: Van Horen Zeggen, februari 2006.