GEBAREN BIJ HET LEREN VAN HET NEDERLANDS DOOR HORENDE ANDERSTALIGEN?

We krijgen regelmatig de volgende vraag van mensen die professioneel bezig zijn met de opvang of het onderwijs aan jonge horende anderstalige kinderen die het Nederlands moeten leren:

Kunnen zij de gebaren uit de Nederlandse Gebarentaal ter ondersteuning aanbieden aan deze kinderen in de vorm van Nederland met Gebaren zodat zij sneller het Nederlands leren?

 

Ons antwoord:

- Wij kennen geen onderzoek dat aangetoond heeft dat bovenstaande aanname waar of zinvol zou kunnen zijn;

- Wel kunnen we ons voorstellen dat het gebruik van lichaamstaal zoals wijzen, het uitbeelden van handelingen of vormen kunnen helpen bij het leren van de betekenis van woorden.

Het misverstand dat vaak bestaat bij mensen die geen kennis van NGT hebben is dat gebaren uit de Nederlandse Gebarentaal allemaal uitbeeldend of iconisch zouden zijn. Dat is beslist niet het geval. Dat betekent dan ook dat het in principe weinig zinvol is om NmG in deze situaties te gebruiken.

Anderstalige horende kinderen die het Nederlands moeten leren hebben meer baat bij een tweetalig aanbod van het Nederlands en hun moedertaal dan het toepassen van een derde taal die voor hen en degene die het aanbiedt compleet nieuw is, ook al je zou je dit ter ondersteuning gebruiken. Een gebaar als MOEDER betekent niets voor een horend anderstalig kind: dus als je vraagt of het kind de koppeling wil leggen tussen een gebaar dat hij/zij niet kent en dat ook geen enkele relatie heeft met waar dit gebaar naar verwijst én een Nederlands woord dan maak je het nodeloos ingewikkeld. Deze kinderen hebben al een taal, gebruik die als basis voor het leren van een nieuwe taal.

Het argument dat deze talen vreemd zijn voor degenen die met deze kinderen werken, geldt ook voor de Nederlandse Gebarentaal en NmG. 
Als men deze kinderen echt het Nederlands wil aanleren dan is er meer voor nodig dan het gebruiken van een paar gebaren die lijken op lichaamstaal.

Er zijn mensen die hetvolgende claimen: "gebaren ter ondersteuning van gesproken taal leggen een neutrale brug tussen de verschillende gesproken talen. Gebaren maken taal visueel en dat maakt het makkelijker de betekenis van een woord te begrijpen en te onthouden."

Maar dit is nergens onderzocht en het is ook onwaarschijnlijk dat dit klopt: gebaren zijn namelijk geen neutrale brug: gebaren zijn onderdeel van een visuele taal, maar maken dé taal (bedoeld wordt de gesproken taal nemen we aan) en de betekenis van begrippen niet zonder meer visueel.  In veel gevallen is er geen enkele transparante visuele relatie tussen het gebaar en het begrip. Er zijn heel veel niet iconische gebaren in NGT. Dit laat zien hoe weinig men weet van NGT en hoe makkelijk er gedacht wordt over het toepassen van NmG.

Wat hier waarschijnljk bedoeld wordt is het uitbeelden van begrippen zoals 'eten', 'drinken', 'wijzen','schrijven'.  Hiermee leg je een link tussen het uit te beelden concept (vaak iets concreets of een handeling) en het gesproken woord. Een  iconisch gebaar toepassen waar de relatie tussen begrip en gebaar transparant is (in onze cultuur, want dit is ook nog cultuur afhankelijk), is iets heel anders dan NmG gebruiken en ook dit is geen 'neutrale brug' tussen twee gesproken talen. De tweede gesproken taal komt hier nl helemaal niet in voor als pijler en het iconische gebaar is betekenisdragend en niet neutraal.

Bij jonge horende Nederlandstalige kinderen met als thuistaal Nederlands, die niet tot spreken komen zien we wel goede praktijkvoorbeelden van toepassingen van NmG, waar de gebaren door het kind vaak weggelaten worden zodra het een woord kan uitspreken.
Het lijkt ons niet wenselijk dat, zonder voldoende onderbouwing uit goed onderzoek, de resultaten van NmG gebruik bij deze doelgroep overgezet worden naar een doelgroep zonder taal- spraakproblemen met een eigen, andere thuistaal.