DE GESPROKEN COMPONENT IN NGT

Toen eind jaren ’60  het gebarentaalonderzoek op gang kwam, vroegen onderzoekers zich af of gebarentalen wel echte talen waren. Waren ze niet gewoon afgeleid van gesproken talen? Het eerste onderzoek in Nederland naar de gebarentaal van volwassen doven op basis van spontane taal in de jaren '80 richtte zich dan ook op de rol van de gesproken taal in de gebarentaal van doven (Schermer, 1983).

Dat was vrij controversieel, want de meeste
onderzoekers buiten Europa wilden juist helemaal
niet kijken naar de relatie tussen de gesproken taal
en een gebarentaal.
Bijvoorbeeld in de VS werd pas eind jaren '90 voor het
eerst onderzoek gedaan naar mouthing in ASL onder
andere door Ceil Lucas. Gebarentalen waar heel veel
gebruik gemaakt wordt van vingerspelling (zoals ASL)
maken minder gebruik van gesproken componenten dan
gebarentalen waar dat niet het geval
is (zoals NGT, Italiaanse Gebarentaal, Duitse Gebarentaal
en Noorse Gebarentaal).

Uit het eerste en later onderzoek (Schermer,1990) bleek dat er mondbewegingen zijn die verwant zijn aan het gesproken Nederlands en mondbewegingen die dat niet zijn. De eerste soort noemen we de gesproken component (later ook mouthing genoemd) en de tweede soort noemen we de orale component. De orale component heeft op zichzelf geen betekenis. Een voorbeeld van een gebaar met een orale component is het gebaar OPGELUCHT.

Een voorbeeld van de gesproken component is het uitspreken van 'koffie' bij het gebaar KOFFIE. Sommige gebaren worden alleen van elkaar onderscheiden door de gesproken component. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het Amsterdamse gebaar voor BROER en ZUS.

De vorm waarin een gesproken component voorkomt kan verschillend zijn: soms wordt het hele woord uitgesproken, maar vaak ook is het een verkorte vorm, bijvoorbeeld 'broe" in plaats van 'broer'. 

De gesproken component heeft verschillende functies in het lexicon van NGT:

- om gebaren die wat betreft het manuele deel hetzelfde zijn, maar niet dezelfde betekenis  hebben van elkaar te onderscheiden (DONDERDAG en WORM).

- een gesproken component kan ook gebruikt worden om de betekenis van een gebaar te specificeren. Bijvoorbeeld 'eik'toevoegen aan het gebaar BOOM.

In ons woordenboek nemen we de citeervorm van het gebaar op. Dan is het ook belangrijk om te weten of er wel of geen gesproken component bij hoort (zie Schermer 2001).

In de jaren '90 dachten we dat het gebruik van de gesproken component minder zou worden omdat in het onderwijs NGT gebruikt mocht worden en dove mensen zich bewuster werden van hun eigen taal. Of dat ook zo is, is de vraag.